Mijn vader zei van de week iets tegen me waar ik later nog eens over na moest denken.
“Ik denk dat ik niet meer ga autorijden. Het is zo druk geworden op de weg. Ik kan al die prikkels niet meer op tijd verwerken.”
Een paar dagen daarvoor zag ik een jonge meid op de fiets. Haar telefoon zat in een houder op haar stuur en terwijl ze fietste zat ze door TikTok te swipen.
Iedere ochtend loopt er vroeg een man door onze straat. Rechterarm voor zich uit, telefoon in zijn hand, neus op het scherm. Ik kom ook regelmatig een andere man tegen die vroeg in de ochtend met zijn hond over de dijk loopt. Prachtig moment om buiten te zijn. Rustig, hondje erbij. Misschien net de zon die opkomt.
Alleen krijgt hij daar weinig van mee. Ook hij kijkt vrijwel de hele wandeling op zijn telefoon.
Er gebeurt al zoveel om ons heen. De hele dag worden we bestookt met informatie, geluiden, beelden, berichten en dingen die onze aandacht vragen. Toch lijken juist de momenten waarop er even weinig gebeurt voor steeds meer mensen te saai te zijn geworden.
Wandelen, fietsen, wachten, de hond uitlaten. Er moet iets bij. “Is er toevallig even geen informatie? Snel, geef me meer!”
Hoeveel prikkels kunnen we eigenlijk verwerken?
Er wordt wel eens gezegd:
“De mens krijgt tegenwoordig in één dag meer prikkels binnen dan iemand in de middeleeuwen in zijn hele leven.”
Of die stelling echt hard te maken is, doet er voor mijn verhaal niet zoveel toe. Prikkels kun je überhaupt niet zo eenvoudig tellen. Maar dat onze informatieomgeving in relatief korte tijd enorm is veranderd, lijkt me moeilijk te ontkennen.
Daarvoor hoef ik mijn vader ook niet met iemand uit de middeleeuwen te vergelijken.
Ik hoef maar terug te gaan naar de tijd waarin hij een jaar of veertig jonger was.
Toen bestond er geen smartphone in zijn broekzak. Geen WhatsApp-groepen. Geen pushberichten. Geen Google Maps dat onderweg aanwijzingen geeft. Geen digitale reclameborden. Geen Spotify, podcasts en nieuwsfeeds die ieder stil moment kunnen vullen. Geen algoritme dat 24 uur per dag probeert zijn aandacht vast te houden. Geen TikTok dat iedere paar seconden een compleet nieuwe audiovisuele stimulus aanbiedt.
En ondertussen is ook het verkeer veel intensiever geworden. Meer auto’s. Meer fietsers. Meer e-bikes. Meer snelheid. Meer verkeersbewegingen. Meer informatieborden. Meer mensen die onderweg zelf ook nog met een telefoon bezig zijn.
Misschien is het dus helemaal niet zo vreemd dat mijn vader zegt:
Het is te druk geworden. Ik kan al die prikkels niet meer op tijd verwerken.
Natuurlijk kunnen we daarbij naar zijn leeftijd kijken. Er verandert iets wanneer je ouder wordt. Maar misschien moeten we ook eens kijken naar de wereld waarin hij tegenwoordig probeert auto te rijden. Want die wereld is drukker geworden. En dat geldt niet alleen voor de snelweg.
Ons hoofd krijgt nauwelijks nog rust
Je brein heeft niet alleen slaap nodig om uit te rusten. Het heeft gedurende de dag ook periodes nodig waarin het niet voortdurend op nieuwe informatie hoeft te reageren.
Niet iedere prikkel is stress en een volledig prikkelarme wereld zou ook helemaal niet gezond zijn. Ons brein heeft stimulatie nodig. We willen ontdekken, leren, bewegen, praten, spelen en problemen oplossen. Maar aandacht, arousal en het autonome zenuwstelsel hangen wel degelijk met elkaar samen. Voortdurend schakelen, reageren, beoordelen, kiezen en anticiperen houdt je systeem bezig.
Weet je wat merkwaardig is:
- We zeggen dat we druk zijn.
- We zeggen dat ons hoofd vol zit.
- We zeggen dat we slecht kunnen ontspannen.
- We klagen over stress.
Daarvoor zoeken we mindfulness, ademhalingsoefeningen en yoga. We boeken lange vakanties en peperdure retreats om eindelijk eens tot rust te komen. Maar zodra er gedurende de dag spontaan vijf minuten rust ontstaat, trekken we onze telefoon uit onze zak.
De hond uitlaten was je herstelmoment. Naar je werk fietsen was een onderbreking. Even in de trein uit het raam kijken was nietsdoen. Wachten bij de tandarts was geen zinloze tijdverspilling.
Tien minuten wandelen was tien minuten waarin je hoofd zelf mocht bepalen waar het naartoe ging. We hebben veel van die kleine herstelmomenten uit onze dag gehaald doordat we ieder gaatje zijn gaan vullen. En merken nauwelijks dat we dat doen.
Misschien trainen we onszelf om steeds sneller iets nieuws nodig te hebben
Het zijn niet alleen de hoeveelheid prikkels die we binnenkrijgen. Maar de intensiteit ervan maakt het ook zo interessant. Want TikTok, Instagram Reels en YouTube Shorts bieden niet alleen veel (vooral nutteloze) informatie. Ze bieden vooral heel veel verandering.
- Nieuw gezicht.
- Nieuw onderwerp.
- Nieuwe muziek.
- Nieuwe emotie.
- Nieuwe mening.
- Nieuw grapje.
- Nieuwe verontwaardiging.
- Volgende.
- Volgende.
- Volgende.
Je aandacht hoeft bijna nergens langer te blijven dan een paar seconden. En daar ontstaat een gevaarlijk samenspel.
We gebruiken onze telefoon niet alleen omdat we ons steeds sneller vervelen. We trainen onszelf er tegelijkertijd mee om steeds sneller iets nieuws nodig te hebben.
Onderzoek naar short-form video begint daar inmiddels een behoorlijk interessant beeld bij te geven. In een grote meta-analyse uit 2025 werden 71 studies met in totaal bijna 100.000 deelnemers samengevoegd. Meer gebruik van korte video’s hing samen met slechter cognitief functioneren. De sterkste verbanden werden gevonden bij aandacht en inhibitie: ons vermogen om onze aandacht vast te houden en een automatische reactie of afleiding te onderdrukken.[1]
Het bewijst (helaas) niet zo simpel dat je na drie kwartier TikTok je aandachtsspanne hebt gesloopt. Het is complexer en wellicht logischer. Meer tijd op short-form video hangt samen met slechter cognitief functioneren, maar de relatie is niet simpelweg: hoe meer minuten, hoe slechter. De sterkere verbanden worden gevonden wanneer gebruik problematisch of compulsief wordt. Of te wel even niets te doen: telefoon. Hond uit laten: telefoon… enzovoorts. Er is een serieus verband tussen intensief gebruik van dit soort media en precies die functies die we nodig hebben om onze aandacht ergens bij te houden.
Ook EEG-onderzoek naar short-form-videogebruik vond een verband tussen een sterkere neiging tot problematisch gebruik, minder zelfcontrole en verschillen in executieve aandachtsfuncties.[2]
Dat is nogal wat. Want kijk eens naar het verschil.
Wanneer je een half uur zonder telefoon wandelt, hoeft je aandacht niet iedere paar seconden van onderwerp te veranderen. Een gedachte kan even blijven hangen. Je kunt ergens langer naar kijken. Iets valt je op. Je hoort een vogel. Je denkt terug aan een gesprek. Of stel je voor je voelt je lijf weer eens bewust. Je aandacht mag zelf bepalen waar zij naartoe gaat.
Wanneer je in datzelfde half uur honderden keren swipet, oefen je iets compleet anders.
- Omschakelen.
- Omschakelen.
- Omschakelen.
- Volgende.
- Volgende.
- Volgende.
En misschien moet het ons dan ook niet verbazen wanneer een normale wandeling uiteindelijk langzaam begint te voelen.
Daar kan een boom moeilijk tegen concurreren
Daar moet dan toch iets worden gezegd over dopamine. Dopamine wordt nogal eens omschreven als een soort gelukshormoon, maar zo simpel werkt het niet. Het speelt onder andere een belangrijke rol bij motivatie, verwachting, leren en het zoeken naar mogelijke beloning.
In mijn eerdere blog Waarom comfortfood verslavend is en je pijngevoeliger maakt schreef ik uitgebreider over de samenhang tussen endorfine, exorfine en dopamine en hoe ons beloningssysteem gedrag kan versterken.
Voor dit verhaal is vooral één onderdeel interessant.
Ons brein reageert niet alleen op een beloning zelf. Dopaminesystemen spelen ook een belangrijke rol bij de verwachting van een beloning, het leren van beloningsvoorspellingen en het verschil tussen wat je verwacht en wat er uiteindelijk gebeurt.
Bij iedere swipe weet je dat er iets nieuws verschijnt. Maar je weet niet wat.
- Saai. Swipe.
- Grappig. Swipe.
- Mooie vrouw. Swipe.
- Woedendmakend nieuws. Swipe.
- Schattige kat. Swipe.
- Iets waar je het totaal niet mee eens bent.
- Toch even de reacties lezen.
- En weer door.
Juist die combinatie van nieuwigheid, verwachting en onvoorspelbaarheid maakt zo’n feed ongelooflijk krachtig. Iedere beweging van je duim kan iets opleveren. En dat kost bijna geen enkele moeite. Daar kan een boom moeilijk tegen concurreren. Een hond die twintig seconden aan hetzelfde grassprietje ruikt al helemaal niet.
Alleen hebben die boom, die hond en al die andere normale dingen in ons leven nooit hoeven concurreren met TikTok.
Misschien is de wandeling helemaal niet saai geworden. Maar zijn wij veranderd in een science fiction wereld.
Verveling oplossen met nog meer verveling
Dat maakt verveling ineens ook interessanter. We pakken vaak onze telefoon omdat er even niets gebeurt. Het wachten duurt te lang. De treinreis is saai. De hond snuffelt alweer. Het stoplicht duurt eindeloos. Je staat zeker drie minuten in de rij bij de supermarkt. Telefoon eruit en even kijken.
Onderzoekers lieten mensen in zeven verschillende experimenten video’s bekijken en daartussen wisselen. Mensen gingen juist switchen omdat ze verveling wilden voorkomen en verwachtten dat het kijken daardoor leuker zou worden.
Alleen gebeurde het tegenovergestelde. Meer digitaal switchen zorgde voor meer verveling. Mensen hadden minder aandacht voor wat ze bekeken, waren minder tevreden en ervoeren minder betekenis.[3]
Dat is bijna komisch. We proberen verveling op te lossen met precies het gedrag waardoor alles wat iets langzamer gaat vervolgens nog saaier kan gaan voelen. Daarmee kan een soort zichzelf versterkende cirkel ontstaan.
Je verveelt je. Je pakt je telefoon. Je krijgt snelle wisselende stimulatie. Je raakt gewend aan snelle wisselende stimulatie.
Een normaal moment voelt daardoor nog langzamer. Dus pak je de volgende keer nog sneller je telefoon.
We hebben onszelf zo gewend aan voortdurende stimulatie dat normale momenten als onderstimulatie beginnen te voelen.
Verveling is niet meer het signaal dat er te weinig gebeurt.
Misschien is verveling soms het afkickverschijnsel van een leven waarin voortdurend iets móét gebeuren.
Wanneer er buiten niets gebeurt
Een moment waarop er ogenschijnlijk weinig gebeurt, is voor je brein helemaal niet per definitie nutteloos. Wanneer je even niet sterk bezig bent met informatie van buitenaf, krijgt je brein ruimte voor andere processen.
Je gedachten gaan dwalen. Je denkt terug aan iets dat eerder gebeurde. Je voert een gesprek nog eens in je hoofd. Je legt verbanden. Je denkt vooruit. Je bedenkt ineens een oplossing voor iets waar je achter je computer al een uur op zat te kauwen. Je fantaseert. Je wordt creatief. Je reflecteert. Of je merkt eindelijk eens op wat er om je heen gebeurt.
In de neurowetenschappen wordt daarbij onder andere gekeken naar het zogenaamde default mode network. Dat is niet een soort ruststand waarin je brein simpelweg niets doet. Het is een netwerk van hersengebieden dat onder andere betrokken is bij zelfgerichte gedachten, autobiografische herinneringen, taal en betekenis, toekomstdenken en mind-wandering.[4]
Een grote wetenschappelijke review beschrijft zelfs hoe dit netwerk informatie uit herinneringen, taal en betekenis samenbrengt tot een soort intern verhaal van onze eigen ervaringen.[4]
Je brein staat dus helemaal niet uit wanneer jij een tijdje uit het raam zit te kijken. Integendeel.
Wanneer er buiten even niets gebeurt, kan er binnen juist van alles gebeuren.
Die schijnbaar lege momenten zijn nodig om alle andere momenten een beetje te verwerken.
Op dit moment zijn we die momenten steeds efficiënter uit onze dag aan het verwijderen.
We lopen de natuur in met de hele wereld in onze hand
Buiten zijn en tijd doorbrengen in een natuurlijke omgeving (de natuur) worden al langere tijd onderzocht vanwege mogelijke effecten op stress en herstel.
Een systematische review naar blootstelling aan natuur vond in studies zowel lagere zelfgerapporteerde stress als veranderingen in fysiologische stressmaten, waaronder hartslag, bloeddruk, cortisol en maten van autonome activiteit.[5]
De studie ondersteunt iets wat veel mensen intuïtief al merken. Daarom gaan we wandelen wanneer ons hoofd vol zit. Daarom zeggen we tegen elkaar: “Ga even naar buiten.”
Daarom voelt een rondje met de hond na een drukke werkdag vaak goed.
Je voelt hem al aankomen, want vervolgens doen we iets behoorlijk tegenstrijdigs.
We lopen de natuur in om ons hoofd leeg te maken en nemen vervolgens in onze hand een apparaat mee waarmee de hele wereld ons hoofd binnen kan komen.
Nieuws. Werkmail. Een oorlog aan de andere kant van de wereld. Een discussie tussen twee mensen die je helemaal niet kent. Een filmpje van iemand die zijn ontbijt beoordeelt. Een reclame. Een berichtje. Een boos gezicht. Een grappig gezicht. Een influencer. Een ramp. Een kat.
Het is eigenlijk wonderlijk en stompzinnig als je er even bij stilstaat. Hebben we eindelijk een moment gecreëerd waarin er wat minder gebeurt, zodat we ons hoofd kunnen leegmaken en vullen het vervolgens vrijwillig weer tot de rand met voornamelijk onzin.
Herstel hoeft niet altijd iets te zijn wat je doet
Gezondheid is niet alleen voldoende eiwit eten, drie keer per week trainen en acht uur slapen. Het is ook kunnen schakelen tussen inspanning en herstel. Tussen aandacht en loslaten. Tussen stimulatie en rust.
We zijn heel goed geworden in stimulatie. En vervolgens proberen we herstel als nog een activiteit in onze agenda te zetten.
Met een Meditatie-app, ademhalingsoefening, ontspannende podcast of mindfulnessvideo aan. En voor je het weet heb je een scherm nodig om tot rust te komen van alle schermen.
Terwijl een deel van de oplossing bijna lachwekkend eenvoudig is.
Laat af en toe gewoon alles uit.
- Loop met je hond en kijk naar je hond.
- Fiets en kijk om je heen.
- Drink een kop koffie zonder tegelijkertijd iets te consumeren.
- Sta ergens vijf minuten te wachten.
- Kijk uit het raam.
- Loop eens zonder podcast.
- Verveel je desnoods. Dat is geen verloren tijd. Het kan weleens tijd zijn die je veel harder nodig had dan je dacht.
Waar je aandacht is, daar vindt je leven plaats
Het leven heeft een deadline. Je hebt ongeveer 80 jaar, 960 maanden. Iets meer dan 4.000 weken. Ongeveer 29.000 dagen. Dat klinkt misschien als heel veel. Toch zeggen de meeste mensen: wat gaat de tijd toch hard.
De vraag is vooral: waar vul je die tijd mee? En misschien nog belangrijker:waar geef je je aandacht aan terwijl die tijd voorbijgaat?
En uiteindelijk gaat dit over iets anders dan, dopamine, stress of herstel. Het gaat over wat je daadwerkelijk van je eigen leven meemaakt.
Aandacht klinkt als iets cognitiefs. Iets wat je nodig hebt om een boek te lezen of geconcentreerd te werken. Waar je gedurende je leven steeds opnieuw je aandacht aan geeft, daar bestaat uiteindelijk een groot deel van je ervaren leven uit.
Die man die ik ‘s morgens met zijn hond over de dijk zie lopen heeft waarschijnlijk bewust besloten om vroeg op te staan en naar buiten te gaan. Het is nog rustig. Zijn hond is erbij. Misschien komt de zon net op. Misschien ruikt zijn hond voor de driehonderdste keer aan precies dezelfde struik. En hij loopt en heeft geen idee, omdat zijn aandacht ergens anders is. Op een schermpje van een paar centimeter groot, kijkend naar de meest banale, onbelangrijke meuk die een algoritme op dat moment voor hem heeft uitgekozen.
Misschien vindt hij dat oprecht leuk. Misschien zegt iemand:
“Maar ik ontspan daar juist van. Ik vind het heerlijk om een beetje te doomscrollen.”
Prima. Daar durf ik dan wel een stap verder te gaan.
Volgens mij ligt er bijna niemand in de laatste maanden van zijn leven terug te kijken en te denken: Het was een mooi leven, maar als ik iets anders had mogen doen, had ik graag nog een paar duizend uur extra op mijn telefoon doorgebracht met Bejeweled, dansende katjes en andere ‘hersenrot’.
Ik kan me iets anders veel gemakkelijker voorstellen.
Dat iemand terugkijkt op het veel te korte leven van zijn hond en denkt: Had ik nog maar één zo’n ochtend. Nog één keer die dijk op. Nog één keer dat eindeloze gesnuffel aan ieder grassprietje. Nog één keer dat irritante getreuzel. Nog één keer die blik van dat beest wanneer ik alweer door wilde lopen. Nog één gewone wandeling.
En dan zul je waarschijnlijk niet denken:
Had ik tijdens die wandelingen maar wat meer filmpjes gezien.
Het omgekeerde lijkt me een stuk waarschijnlijker.
Had ik tijdens die wandelingen maar wat vaker werkelijk met hem gewandeld.
Mijn vader vindt de wereld inmiddels zo druk dat hij erover nadenkt zijn autosleutels in te leveren. Misschien moeten wij daar iets van leren voordat we zelf op dat punt zijn. De wereld geeft ons al meer dan genoeg om te verwerken. We hoeven niet ieder stil moment zelf ook nog op te vullen.
Bronnen en verder lezen
[1] Nguyen L, Walters J, Paul S, et al. (2025). Feeds, feelings, and focus: A systematic review and meta-analysis examining the cognitive and mental health correlates of short-form video use. Psychological Bulletin, 151(9), 1125–1146. DOI: 10.1037/bul0000498.
[2] Yan T, Su C, Xue W, et al. (2024). Mobile phone short video use negatively impacts attention functions: an EEG study. Frontiers in Human Neuroscience, 18, 1383913. DOI: 10.3389/fnhum.2024.1383913.
[3] Tam KYY & Inzlicht M. (2024). Fast-forward to boredom: How switching behavior on digital media makes people more bored. Journal of Experimental Psychology: General, 153(10), 2409–2426. DOI: 10.1037/xge0001639.
[4] Menon V. (2023). 20 years of the default mode network: A review and synthesis. Neuron, 111(16), 2469–2487. DOI: 10.1016/j.neuron.2023.04.023.
[5] Mygind L, Kjeldsted E, Hartmeyer R, et al. (2021). Effect of nature exposure on perceived and physiologic stress: A systematic review. Complementary Therapies in Medicine, 53, 102514. DOI: 10.1016/j.ctim.2020.102514.
Eerder op WijZijnFysio: Waarom comfortfood verslavend is en je pijngevoeliger maakt — voor mijn uitgebreidere uitleg over endorfine, exorfine, dopamine en het beloningssysteem.


